Illustratie van de menselijke buikholte met de positie van de alvleesklier zichtbaar achter de maag

Wat doet de alvleesklier precies en wanneer gaat het mis?

Je zit op de spoedafdeling met een pijn die voelt alsof iemand een vuist in je bovenbuik duwt en naar je rug drukt. De arts vraagt of je de afgelopen dagen veel alcohol hebt gedronken of of je last had van galstenen. Wat die vragen met elkaar te maken hebben? Ze wijzen allebei naar hetzelfde orgaan: de alvleesklier. Dat kleine, stille klierorgaan achter je maag doet ondertussen twee dingen tegelijk, elke dag, en de meeste mensen weten dat niet totdat het abrupt stopt met werken. In deze FAQ leggen we uit wat de alvleesklier precies doet, welke klachten wijzen op problemen, en wanneer je direct naar een arts moet.

Waar zit de alvleesklier precies en hoe groot is die?

De alvleesklier ligt achter je maag, dwars door je bovenbuik. Stel je voor dat je je linkerhand plat op je buik legt, net onder je ribbenboog: dan heb je ruwweg de positie en het formaat te pakken, vergelijkbaar met hoe je de lever kan lokaliseren. Het orgaan is 15 tot 20 centimeter lang en weegt zo’n 70 tot 100 gram. Het heeft een kop, een lichaam en een staart. De kop zit tegen de twaalfvingerige darm (het begin van de dunne darm) aan, de staart reikt tot vlakbij de milt. Die ligging, diep weggestopt achter andere organen, is meteen ook een van de redenen waarom problemen met de alvleesklier moeilijk te diagnosticeren zijn.

Wat doet de alvleesklier de hele dag door?

De alvleesklier heeft twee totaal verschillende jobs, en hij doet ze allebei tegelijk.

De exocriene functie gaat over spijsvertering. Elke keer dat je iets eet, maakt de alvleesklier spijsverteringsenzymen aan die via een buisje rechtstreeks de dunne darm inlopen. Die enzymen breken vetten, eiwitten en koolhydraten af zodat je lichaam die voedingsstoffen kan opnemen. Zonder die enzymen verteert je voedsel gewoon niet goed, en dat merk je: vette, stinkende ontlasting is een klassiek signaal dat er iets mis is met die functie.

De endocriene functie gaat over hormonen. Speciale cellen in de alvleesklier, de eilandjes van Langerhans, produceren insuline en glucagon. Die twee hormonen regelen samen je bloedsuikerspiegel. Insuline verlaagt de suiker in je bloed nadat je gegeten hebt, glucagon verhoogt hem weer als je te lang niets gegeten hebt. Het is een continu balanceerakt, dag en nacht.

Hoe regelt de alvleesklier mijn bloedsuiker, en wat als dat systeem hapert?

Stel: je eet een boterham met confituur. Je bloedsuiker stijgt, de alvleesklier voelt dat en scheidt insuline af. De insuline helpt je cellen om die glucose op te nemen als energie. Eet je daarna niks meer en zakt je suiker te ver weg, dan komt glucagon in actie: dat hormoon geeft de lever het signaal om opgeslagen suiker vrij te geven.

Als dit systeem hapert, kan dat leiden tot diabetes. Bij diabetes type 1 valt het immuunsysteem de insulineproducerende cellen aan en worden ze vernietigd. Bij type 2 reageert het lichaam steeds minder goed op insuline, waardoor de alvleesklier overuren draait om genoeg aan te maken, totdat hij dat niet meer volhoudt. Er bestaat ook een derde vorm, pancreatogene diabetes of type 3c, die ontstaat als de alvleesklier zelf beschadigd is door bijvoorbeeld chronische ontsteking of een operatie.

Wat is pancreatitis en hoe voel je dat?

Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier. Wat het zo verraderlijk maakt, is dat de enzymen die normaal je voedsel verteren, beginnen de alvleesklier zelf aan te tasten. Dat proces voelt niet zacht aan.

De meest kenmerkende symptomen van acute pancreatitis zijn:

  • Hevige, plotselinge pijn hoog in de buik, soms zo erg dat je niet rechtop kunt staan
  • Pijn die uitstraalt naar de rug, alsof er een band om je middel gespannen zit
  • Misselijkheid en braken dat de pijn niet verlicht
  • Een gespannen, opgezette buik
  • Koorts bij een ernstigere ontsteking

Chronische pancreatitis verloopt anders: de pijn is minder dramatisch maar aanhoudend, en er treedt geleidelijk schade op aan het weefsel. Mensen met een chronische vorm hebben vaak last van gewichtsverlies en slechte spijsvertering, omdat de enzymen niet meer goed worden aangemaakt.

Waardoor ontstaat pancreatitis, door alcohol of galstenen?

Beide zijn klassieke boosdoeners, maar de oorzaak is niet altijd zo zwart-wit. Galstenen zijn verantwoordelijk voor ruwweg de helft van de gevallen van acute pancreatitis. Een steen kan de afvoergang van de alvleesklier blokkeren, waardoor de enzymen zich opstapelen en de ontsteking begint. Overmatig alcoholgebruik is de tweede grote oorzaak, vooral bij chronische pancreatitis. Andere, minder bekende triggers zijn bepaalde medicijnen, hoge triglyceridenwaarden in het bloed, of een scherp letsel aan de buik. En soms vindt men gewoon geen oorzaak: dat heet idiopathische pancreatitis.

Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en een zieke alvleesklier?

Die vraag is begrijpelijk, want beide hangen samen met insuline. Maar de oorzaak is anders. Bij diabetes type 1 is het immuunsysteem de dader: het richt zich specifiek op de bètacellen in de alvleesklier. De rest van de klier blijft intact en de spijsvertering werkt normaal. Bij pancreatogene diabetes (type 3c) is de alvleesklier zelf beschadigd, door ontsteking, kanker of een operatie. Dan heb je niet alleen een probleem met insuline, maar ook met de spijsverteringsenzymen. Dat maakt de behandeling complexer en verschilt wezenlijk van klassieke diabetesbehandeling.

Kan de alvleesklier kanker krijgen, en waarom wordt dat zo laat ontdekt?

Ja, en pancreaskanker is een van de meest ernstige vormen van kanker, precies omdat hij zo laat symptomen geeft. De alvleesklier zit diep weggestopt, druk op omliggende organen of zenuwen geeft pas laat klachten, en er bestaat geen standaard screeningstest. Tegen de tijd dat iemand naar de dokter gaat met gele huid, gewichtsverlies of aanhoudende rugpijn, is de tumor vaak al gevorderd.

Dat maakt vroege detectie zo cruciaal. Mensen met een verhoogd risico, door familiegeschiedenis of bepaalde genetische mutaties, kunnen in aanmerking komen voor periodieke controles via echografie of MRI. Maar voor de algemene bevolking bestaat er nog geen routinescreening die de overlevingscijfers aantoonbaar verbetert.

Welke signalen van de alvleesklier mag je nooit negeren?

Er zijn een paar rode vlaggen waarbij je niet moet afwachten maar meteen een arts moet raadplegen.

  • Gele huid of gele oogwiten (geelzucht): dit kan betekenen dat de galafvoer geblokkeerd is, bijvoorbeeld door een tumor of steen ter hoogte van de alvleesklier.
  • Ontkleurde, vette of sterk riekende ontlasting: een teken dat vetten niet goed verteerd worden.
  • Aanhoudende pijn in de bovenbuik die uitstraalt naar de rug: dit hoeft niet altijd een ernstige oorzaak te hebben, maar verdient altijd onderzoek.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies: zeker in combinatie met andere klachten.
  • Nieuwe diabetes op latere leeftijd, zonder voor de hand liggende risicofactoren: in zeldzame gevallen kan dit een vroeg teken zijn van een aandoening aan de alvleesklier.

Kun je leven zonder alvleesklier, en wat verandert er dan?

Ja, maar het vraagt een serieuze aanpassing. Na een volledige verwijdering van de alvleesklier, een ingreep die pancreatectomie heet, heb je voor de rest van je leven twee dingen nodig: insuline-injecties (want je produceert geen hormonen meer) en spijsverteringsenzymen in capsulevorm bij elke maaltijd. Zonder die enzymen kun je voedsel niet goed verteren en val je snel af. De balanceerakt tussen te veel en te weinig bloedsuiker is ook lastiger, omdat zowel insuline als glucagon wegvalt. Mensen leven er goed mee, maar het vraagt dagelijkse aandacht en goede begeleiding door een gespecialiseerd team.

Wat kun je zelf doen om je alvleesklier te ontzien?

Geen dramaverhaal hier, maar een paar concrete dingen die echt een verschil maken.

Alcohol is de belangrijkste leefstijlfactor. Je hoeft geen totale onthouding te prediken, maar regelmatig en overmatig drinken tast de alvleesklier aan, ook als je er voorlopig niets van merkt. Roken verhoogt bovendien het risico op pancreaskanker significant, en die combinatie van alcohol en tabak is extra belastend.

Wat betreft voeding: een overdaad aan verzadigde vetten in één maaltijd geeft de alvleesklier veel werk. Dat betekent niet dat je nooit friet mag eten, maar als je gevoelig bent voor klachten in de bovenbuik na een vette maaltijd, is dat een nuttig signaal om op te letten. Galstenen, een van de grootste risicofactoren voor pancreatitis, hebben ook een link met een westerse voeding rijk aan vet en arm aan vezels.

Tot slot: als je al weet dat je galstenen hebt en je regelmatig last hebt van buikpijn na het eten, praat dan met je huisarts. Onbehandelde galstenen die de afvoer van de alvleesklier blokkeren, zijn een vermijdbare oorzaak van een serieuze aandoening.

De alvleesklier regelt twee essentiële processen: de vertering van voedsel en de bloedsuikerspiegel. Als een van die processen ontregeld raakt, merk je dat aan klachten als aanhoudende pijn in de bovenbuik die naar de rug uitstraalt, gele huid, vettige ontlasting of onverklaarbaar gewichtsverlies. Die klachten verdienen geen afwachtende houding. Ga bij twijfel naar je huisarts, die kan bepalen of verder onderzoek nodig is.

Vorige blog

Acteurs van Fauda: dit zijn de gezichten achter de Israëlische thrillerserie