Je scrolt door je tijdlijn en stuit op een foto van een hond die eruitziet alsof hij drie slaapjes te weinig heeft gehad, al zijn tanden is kwijtgeraakt en bovendien vergeten is zijn tong in te trekken. Toch heeft dit beest zojuist een trofee gewonnen. Geen troostprijs: de hoofdprijs. De World’s Ugliest Dog Contest in Petaluma, Californië, bestaat al decennia en kroont elk jaar een hond die er op zijn zachtst gezegd opmerkelijk uitziet. Welke rassen komen steeds opnieuw bovendrijven in deze wedstrijd, en wat maakt ze zo’n trouwe kanshebber op die twijfelachtige titel?
Hoe de wedstrijd werkt
De World’s Ugliest Dog Contest bestaat al tientallen jaren en vindt elk jaar plaats in het Californische Petaluma, tijdens de Sonoma-Marin Fair. Honden van alle rassen en maten mogen meedoen, maar er is één ijzeren regel: perfectie is absoluut diskwalificerend. Een jury van rechters beoordeelt de deelnemers op een mix van factoren, waarbij asymmetrie, lichamelijke eigenaardigheden en wat de organisatoren omschrijven als ‘overall je-ne-sais-quoi’ zwaar doorwegen. De winnaar krijgt een geldprijs en een uitnodiging voor een mediaronde, maar de echte beloning is de twijfelachtige titel zelf.
Wat opvalt: de eigenaars zijn trots. Niet ironisch trots, maar echt, van-binnen-stralend trots. Ze hebben hun hond vaak jaren geknuffeld en verwend, en nu mag de rest van de wereld eindelijk begrijpen wat zij al die tijd zagen.
De eregalerij: rassen die keer op keer opduiken
De Chinese Naakthond: rimpels als kunstwerk
Als er één ras is dat de wedstrijd domineert, dan is het de Chinese Naakthond. Stel je voor: een dier zonder vacht, met huid die er uitziet alsof ze minstens twee maten te groot is besteld. De rimpels plooien zich in golven over het lijf, de expressie is er een van diep existentieel nadenken, of misschien gewoon van te weinig slaap. De meeste exemplaren hebben bovendien een kuifje van stekelig haar op de kop en aan de poten, wat het geheel eerder doet denken aan een science-fiction-personage dan aan een huisdier.
Maar chinese naakthonden zijn ook zacht, warm (letterlijk, hun huid voelt aan als een zak vers brood uit de oven) en bijzonder gehecht aan hun baasje. Wie er eentje heeft gehad, wil vaak niets anders meer.
De Chinese Kuifhond: de rock-‘n-rollvariant
De neef van de naakthond is de Chinese Kuifhond, en die tilt het lelijkheidsconcept naar een compleet ander niveau. Dit ras heeft wél haar, maar dan uitsluitend op de meest onverwachte plekken: een uitwaaierende kuif op de kop, harige sokjes aan de poten, en een rattenstaartje achteraan. De rest van het lijf is naakt. De tanden steken naar buiten, niet omdat de hond agressief is, maar gewoon omdat ze nergens anders passen.
Sam, een Chinese Kuifhond die begin deze eeuw drie keer op rij de wedstrijd won, werd zo beroemd dat er merchandise van hem werd gemaakt. Zijn foto’s gingen viraal lang voor het woord ‘viraal’ gewoon was.
De Brusselse Griffon: de Belgische antiheld
En dan is er onze eigen lokale held. De Brusselse Griffon is een Belgisch ras, letterlijk van hier, en zijn gezichtje ziet eruit alsof iemand een aap heeft gevraagd zich voor te doen als hond. De platgedrukte neus, de uitpuilende ogen, de frons die er altijd is, alsof hij teleurgesteld is in je keuze om vandaag te laat op te staan: het is het perfecte pakket van schattig-en-toch-eigenlijk-niet.
De Brusselse Griffon stamt af van kleine terriërachtige straathonden die in de 19e eeuw in Brussel rondhingen. Via kruisingen met onder andere de Mopshond en de Engelse Toy Spaniel werd het ras verfijnd tot wat het vandaag is: een klein, eigengereid baasjesbeestje met een enorme persoonlijkheid en een gezicht dat Hollywood ontdekte. De Griffon speelde mee in films en series, en heeft een trouwe fanbase opgebouwd die zijn ‘lelijkheid’ beschouwt als het allercharmantste aan hem.
Wil je er eentje in het wild spotten? Check hondenmarkten en rasspecifieke shows in Brussel en Antwerpen, of zoek een fokker via de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus. Ze zijn minder zeldzaam dan je denkt.
De Affenpinscher: het kwaadaardige neefje
De Affenpinscher is de Duitstalige variant van hetzelfde principe: een klein hondensnoetje dat iets te veel op een apetronie lijkt, met een snor die hem het aanzien geeft van een knorrige professor. Hij is eigenwijs, alert en veel te zelfzeker voor zijn formaat. Op lelijkheidscompetities steelt hij de show niet met extremen, maar met pure karakter-uitstraling.
De Neapolitaanse Mastino en de Shar Pei: gesmolten grandeur
Aan het andere einde van het gewichtsspectrum vind je de Neapolitaanse Mastino: een enorme hond die er letterlijk uitziet alsof hij in de zomerhitte een beetje is beginnen smelten. De huidplooien rond zijn kop hangen in dramatische golven, zijn lippen zijn zo groot dat kwijlen geen incident is maar een levensstijl. En de Shar Pei, normaal al een ras met opvallende rimpels, kan in zijn minder fotogenieke momenten ook een serieuze kanshebber zijn.
Wat maakt een hond anatomisch ‘lelijk’?
De kenmerken die keer op keer winnen bij de lelijkste hond ter wereld zijn eigenlijk heel consistent. Asymmetrie scoort hoog: een oog dat links kijkt terwijl het andere naar het plafond tuurt, oren die ieder een eigen kant op gaan, een bek die niet helemaal sluit. Overtollige huid, uitpuilende ogen, tanden die buiten de bek blijven hangen ook al is de mond dicht, en een haardistributie die geen enkel logisch patroon volgt: het zijn allemaal klassieke winnaarseigenschappen.
Ironisch genoeg zijn veel van deze kenmerken het gevolg van gerichte fokprogramma’s. De platgedrukte neus van de Griffon en de Mopshond, de huigovervloed van de Shar Pei: mensen hebben actief gefokt op deze uiterlijkheden. Dat roept soms terecht vragen op over dierenwelzijn, want extreem vergroeide trekjes kunnen leiden tot ademhalingsproblemen of huidirritaties. Een verantwoorde fokker houdt daar rekening mee en kiest voor functionele gezondheid boven extreme uiterlijkheden.
Het karakter achter het gezicht
Vraag een eigenaar van een Chinese Naakthond of een Brusselse Griffon waarom ze voor dit ras kozen, en je krijgt zelden ‘omdat hij er grappig uitziet’ als eerste antwoord. Wat je wel hoort: ‘Hij heeft zoveel persoonlijkheid.’ ‘Ze is grappiger dan de meeste mensen die ik ken.’ ‘Ik heb nog nooit zo’n trouwe hond gehad.’
Juist de rassen die het slechtst scoren op Instagram-esthetiek, staan bekend om een overweldigend karakter. Ze zijn koppig, eigenwijs, overdreven gehecht aan hun baasje en hebben een manier om de kamer te domineren die geen verband houdt met hun uiterlijk. Lelijkheid met charisma, noemen de vaste bezoekers van de wedstrijd in Petaluma dat.
Een eigenaar van een Chinese Kuifhond zei het ooit zo: ‘Iedereen kijkt naar hem op straat. Niet omdat hij mooi is, maar omdat hij zo aanwezig is. Hij weet het ook. Hij geniet ervan.’
Waarom eigenaars kiezen voor ‘lelijk’ boven perfect
Er is een groeiende groep hondenliefhebbers die bewust kiest voor een hond die niet op de voorkant van een puppykalender zou staan. De redenen zijn divers, maar een paar komen steeds terug:
- Ze zijn minder populair, dus makkelijker te vinden in asielcentra en bij fokkers zonder wachtlijst van twee jaar.
- Ze trekken de juiste mensen aan. ‘Wie mijn hond mooi vindt, is iemand met smaak,’ is een grap die vaker wordt gemaakt dan je denkt.
- De band voelt anders. Alsof je iemand liefhebt om wie hij is, niet om hoe hij eruitziet.
Dat laatste klinkt sentimenteel, maar vraag het aan iemand die ooit een verschrompeld, tandeloos, scheel exemplaar van welk ras dan ook heeft mee naar huis genomen: de liefde is even groot, misschien zelfs groter, dan voor de mooiste golden retriever.
Wat dit zegt over ons
De World’s Ugliest Dog Contest is in de kern geen wedstrijd over lelijkheid. Het is een viering van het idee dat liefde geen schoonheidsstandaard nodig heeft. Dat een hond die de hele dag met zijn tong half uit zijn bek rondloopt, die kwijlt op je schoot en botst tegen meubels, net zo geliefd kan zijn als een perfect gekamd showhondje.
En misschien zegt dat ook iets over hoe wij willen dat dieren ons zien: niet als mensen die alleen het mooie accepteren, maar als wezens die verder kijken. Het publiek dat juicht voor het verschrompelde, schele, tandeloze kampioentje in Petaluma juicht eigenlijk voor zichzelf. Voor de keuze om te houden van wat niet perfect is.
Dat is, als je het zo bekijkt, helemaal niet twijfelachtig. Dat is misschien wel het mooiste wat er is.
De rassen die steeds terugkeren in dit soort wedstrijden, van de Chinese Naakthond tot de Brusselse Griffon, hebben één ding gemeen: hun uiterlijk zegt niets over hun karakter. Wie er eentje in huis haalt, merkt dat snel genoeg. En wie nog twijfelt welk ras bij hem past: veel asielen hebben honden die op geen enkel rassenstandaard lijken, en die de meeste persoonlijkheid meebrengen.

