Stel dat je dit voorjaar voor het eerst naar een Belgisch carnavalsfeest gaat en je kiest voor Aalst, terwijl je vrienden naar Binche trekken. Na afloop begrijpen jullie nauwelijks wat de ander heeft meegemaakt. Dezelfde naam, een volledig andere wereld. Vastenavend ziet er in elke Belgische stad anders uit: andere kostuums, andere muziek, andere regels, en soms zelfs een andere datum. Dit artikel zet op een rij wat die tradities precies inhouden en waarom ze zo van elkaar verschillen.
Vastenavend of carnaval: is er eigenlijk een verschil?
Technisch gezien zijn het twee woorden voor hetzelfde feest, maar de nuance zit in de herkomst. ‘Vastenavend’ is de Nederlandstalige benaming en verwijst letterlijk naar de avond voor de vasten: de nacht waarop je alles opat wat je de komende veertig dagen toch niet mocht hebben. ‘Carnaval’ komt van het Latijnse carne valewat zoiets betekent als ‘vaarwel, vlees’. Beide verwijzen dus naar hetzelfde moment, maar vastenavend klinkt vertrouwder in Vlaamse oren en heeft een meer volksgebonden, regionaal karakter. In Wallonië spreekt men van ‘carnaval’, en in de Duitstalige Gemeenschap van ‘Karneval’. Die naamskeuze zegt al iets over hoe lokaal verankerd het feest is.
Wanneer valt vastenavend precies, en waarom schuift de datum?
De datum verschuift elk jaar omdat ze gekoppeld is aan Pasen, en Pasen is een beweeglijk feest. Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox, wat elk jaar een andere datum oplevert. Vastenavend valt precies 47 dagen voor Pasen, dus op de dinsdag voor Aswoensdag. In de praktijk betekent dat: ergens tussen begin februari en begin maart. Wie plannen maakt, moet het jaar voor jaar opzoeken.
De meeste carnavalsfeesten in België spreiden zich over het weekend voor Aswoensdag, met de grote stoet op zondag of maandag en de finale op Vette Dinsdag zelf.
Waar komt de traditie vandaan?
De wortels zijn christelijk, maar ook veel ouder dan het christendom. De veertigdagentijd, die loopt van Aswoensdag tot Pasen, was vroeger een periode van streng vasten: geen vlees, geen feesten, geen overdaad. Vastenavend was de uitlaatklep vlak daarvoor. Mensen aten de laatste voorraden op, verkleedden zich, en keerden de maatschappelijke orde tijdelijk om. De rijke deed alsof hij arm was, de arme speelde de koning. Dat omkeringsritueel is in veel tradities nog altijd zichtbaar, van de narren van Aalst tot de Gilles van Binche die het volk met sinaasappels bekogelen.
Waarom staat Binche wereldwijd op de kaart?
De Gille van Binche is waarschijnlijk het meest iconische carnavalsfiguur van het land. Wie hem voor het eerst ziet, staat even paf: een man in een overdadig kostuum van kant, fluweel en goud, met een wasmand vol sinaasappels op de arm en een hoed van struisvogelveren die gemakkelijk een meter hoog reikt. De Gilles dansen op de ritmische klanken van tambours, en die drummende processie begint al vroeg in de ochtend, soms voor zonsopgang.
Wat de Gille zo bijzonder maakt, is ook de strikte regelgeving eromheen. Alleen mannen die geboren zijn of lang wonen in Binche mogen een Gille worden. Het kostuum wordt van generatie op generatie doorgegeven. Er zit een ritueel en een gemeenschapsgevoel achter dat veel dieper gaat dan een gewone vermomming. UNESCO erkende het carnaval van Binche in 2003 als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid, als een van de allereerste in de wereld.
Aalst carnaval: provocerend of gewoon vrij?
Aalst carnaval is een geval apart. Het feest heeft een geschiedenis van scherpe satire en volkse humor die niet voor iedereen even gemakkelijk verteerbaar is. De ‘Voil Jeannetten’, mannen die zich als vrouwen verkleden, de praalwagens met politieke spotbeelden, en grof politiek commentaar horen bij de DNA van het Aalsterse feest. Dat leidde in 2019 tot het schrappen van de UNESCO-erkenning, omdat antisemitische beelden op wagens de internationale grens overschreden. Het debat dat volgde was er een dat België verdeelde: satire versus respect, vrij feest versus beschermd erfgoed. Aalstenaars zelf verdedigen hun feest als een traditie van radicale vrijheid van meningsuiting. De rest van België kijkt er verdeeld naar. Dat spanningsveld maakt het feest tot een spiegel van bredere maatschappelijke discussies.
Wat doet de Waalse en Duitstalige carnavalscultuur anders?
In Malmedy kennen ze de ‘Cwarmê’, een vierdaags feest met de befaamde ‘Haguète’, een lange figuur in een blauwe rok die bezoekers aan de neus neemt. In Stavelot is de ‘Blanc Moussi’ de ster van het feest: een witte koekoeksfiguur die strangers achtervolgt en ranselt met een varkensblaas. In Eupen en de Duitstalige Gemeenschap heb je carnavalsoptochten die sterk lijken op de Rijnlandse traditie uit Duitsland, met een eigen muziekcultuur en een ander ritme dan het Waalse of Vlaamse feest.
Die Waalse feesten zijn kleiner, maar bijzonder trouw aan hun eigen vorm. Ze trekken minder dag toeristen maar des te meer mensen die het jaar voor jaar terugkomen omdat ze de specifieke eigenaardigheid ervan kennen.
Lokale eigenaardigheden die de meeste Belgen zelf niet kennen
Geraardsbergen heeft zijn Reus, een reuzenpop die meeprocessioneert door de stad en een eigen verhaal draagt. In Fosse-la-Ville wordt elk jaar de befaamde rattenvangst gespeeld, een theatraal volksritueel waarbij de inwoners de bezetting van hun dorp nabootsen. In Ronse spreken ze van de ‘Fiertel’, al is dat eigenlijk een andere feesttraditie, maar de carnavalsoptocht trekt er evenzeer een trouw publiek.
Zelfs in kleine gemeenten vind je soms tradities die al honderden jaren overleven, puur op de kracht van herkenning en trots. Die hyperlokaliteit is misschien wel het meest fascinerande aan het Belgische vastenavend: twee steden op dertig kilometer van elkaar kunnen een compleet verschillend feest vieren.
Wat eet en drink je met vastenavend?
Het gebakken karakter van vastenavendlekkernijen is geen toeval. Vroeger verwerkte men voor de vasten alle eieren, boter en vet die men in huis had. Vandaar de smoutebollen, de oliebollen, de wafels en de beignets die je op vastenavend eet. In Binche zijn de ‘cramiques’ en koeken populair. In sommige Waalse gemeenten bak je specifieke ‘boûkètes’, een soort pannenkoek met gedroogd fruit.
Bier hoeft geen toelichting, maar wel dit: veel Belgische steden brouwen of schenken specifieke carnavalsbiertjes die je alleen rond die periode vindt. Wie dus naar Aalst of Binche trekt tijdens carnaval, kan gerust ter plaatse vragen naar het seizoensbier van de lokale kroeg.
UNESCO-erkenning: wat betekent dat in de praktijk?
Binche staat als gezegd al lang op de lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid. Dat betekent niet dat het feest bevroren wordt of nooit meer mag veranderen. Het betekent wel dat er middelen en aandacht gaan naar documentatie, overdracht aan jongere generaties en internationale zichtbaarheid. In de praktijk heeft het Binche als toeristische bestemming geholpen, maar de Gilles zelf voelen de erkenning vooral als een bevestiging van iets wat ze al wisten: hun feest is uniek.
Praktisch voor bezoekers: hoe plan je een bezoek?
Boek vroeg. Heel vroeg. Hotels in Binche en omgeving zijn maanden voor het carnaval volgeboekt. Als je er voor het eerst naartoe trekt, doe dan het volgende:
- Kijk de exacte stoetdata op via de officiële gemeente- of feestcomitéwebsite, want niet elk feest loopt op dezelfde dagen.
- Kom met de trein als het kan. De wegen rond Binche en Aalst staan tijdens carnaval vast, en parkeerplaats vinden is een sport op zich.
- Draag iets over je gewone kleding. In Aalst kan je tijdens de stoet snel besmeurd of bespoten worden. Een wegwerpponcho is geen overbodige luxe.
- Neem cash mee. Veel kraampjes en lokale cafés werken niet altijd met kaartbetaling, zeker niet als het druk is.
En het allerbelangrijkste: laat je meeslepen door de sfeer. Vastenavend is geen spektakel om van achter een hek te bekijken. Het is een volksfeest dat je van binnenuit meemaakt.
Vastenavend is geen eengemaakt feest met één gezicht. Binche, Aalst, Malmedy en Eupen vieren elk iets eigens, met wortels die soms eeuwen teruggaan en regels die lokale bezoekers als vanzelfsprekend kennen maar buitenstaanders kunnen verrassen. Wil je het feest echt begrijpen, dan helpt het om te weten in welke stad je staat en wat daar de gebruiken zijn. De rest volgt vanzelf.

